We liggen op twee meter twintig boven de grond, in de daktent. De lucht die we ruiken is een benzinelucht of een brandlucht of een combinatie ervan, fris is het niet te noemen. Om ons heen zijn straatgeluiden te horen. Een auto die voorbijrijdt, een scooter die toetert, mensen die praten en zo nu en dan een minaret van een moskee. Naast de straatgeluiden horen we het geroezemoes van het restaurant. Het restaurant is ongeveer op 15 meter van onze tent. De gerechten die je er kan bestellen zijn nagenoeg dezelfde als in Europa. De prijzen zijn er ook naar. Local food kan ook besteld worden, echt groots en duidelijk wordt het niet aangegeven. Duidelijk is wel dat het voornamelijk om de Europese gerechten gaat. In de koelkast achter de bar zijn ook de Europese biermerken goed vertegenwoordigd. Heineken heeft een groot aandeel in het schap. De mensen aan de tafel zijn voornamelijk blank en hebben een Europees uiterlijk. Terwijl ik dit schrijf vraag; ‘wat vind ik ervan?’ 

We vertrekken uit Kissidougie (Guinee) naar de grens van Mali. Het is ongeveer 120 kilometer rijden. De verwachting is dat we er lang over doen. Zoals gebruikelijk begint Lisa met het aanzwengelen van Sauf en het kiezen van de juiste rijrichting. We geven elkaar een box als we wegrijden en maken ons op voor de eerste hobbels en kuilen. Na 30 kilometer hebben we er alleen nog geen één gehad? De komende 120 kilometer blijkt geheel kuil vrij te zijn. De mega hoge drempels in de dorpen om te voorkomen dat iedereen in een noodvaart voorbijvliegt kunnen we helaas niet vermijden.

Even een fotootje onderweg.

De vraag die wij onszelf deze dag stellen is of we de grens met Mali over zullen gaan. De uitdagingen die wij hebben is dat ons visum namelijk morgen pas ingaat. De verhalen over de Malinese grens zijn positief, proberen kan dus altijd. Maar of ze ook akkoord gaan met een visum dat morgen ingaat? We kiezen voor go with the flow. Wij blijven rijden totdat we een geschikte plek vinden om te overnachten. Als dat na de grens is, is dat ook goed. Gaandeweg begint het toch te knagen. Waarom problemen opzoeken als het niet nodig is? We hebben de tijd. Een plek om te overnachten is altijd te vinden. We gaan van de hoofdweg en kijken of we tussen twee dorpen een geschikte plek kunnen vinden. Binnen vijf minuten hebben we een perfecte plek.

Omdat we zo vroeg zijn gaan we maar pannenkoeken bakken.

Veel eerder dan verwacht zitten we vanuit onze stoelen de omgeving te ontdekken. Op 20 meter afstand van Sauf blijkt een boomstronk nog na te smeulen van een eerdere bermbrand. Overal in Guinee zie je kleine brandjes langs de weg. Het is hun werkwijze om de beschoeiing niet al te hoog te laten komen. Ik vermaak mij kostelijk om het boeltje te blussen met zo min mogelijk water.

Mijn blusproject.

Wanneer de schemering begint duiken we in de tent. Na een potje Rummikub doen we onze luiken dicht. De nacht is zalig.  Het is koel, stil, het bed ligt lekker, we zijn schoon dankzij onze eigen douche en we voelen ons vrij omdat we niks en niemand om ons heen hebben. We doen in de ochtend dan ook op zijn Afrikaans, rustig aan. 

Verscholen in de bosjes

In de verte de grens met Mali


De grens is 20 kilometer verderop van waar we vannacht hebben geslapen. Met onze laatste Guinee geld willen we tanken. Voor het eerst maken we mee dat de diesel op is. We proberen het bij drie tankstations maar het is vol mondig “no”. Gelukkig heeft de Total nog wel een drupje diesel over Sauf. We geven ons laatste Guinees geld af in ruil voor de diesel en zetten koers naar de grens. 
De grens gaat soepel. Het is wel controle op controle en even zoeken naar de juiste weg. Maar gelukkig is de behulpzaamheid groots en wandelen we er relatief snel doorheen. Klein detail van deze grens. Er werd bij grensovergang nog gewerkt met een traditionele slagboom. Maakt een grensovergang toch wat even specialer. 

De grens met slagboom.

Tijdens het reizen werken we met drie plekken waar we ons geld bewaren. Althans, dat is mijn visie. Volgens Lisa komen we op veel meer plekken omdat ik kleine coupures overal laat slinger, dit even terzijde. Voor de grensovergang met Mali dacht ik al het geld in één portemonnee te hebben gedaan. Niets bleek minder waar. We bleken meer Guinees geld in ons bezit te hebben dan we dachten. Tot ons ongenoegen kwam ik erachter dat we nog een tweede portemonnee met Guinees geld hadden. Deze ontdekking deed ik alleen toen we Guinee al waren uit gestempeld en ons in niemandsland bevonden. Bij grensovergangen is er gelukkig nooit een tekort aan mannen die graag willen wisselen. We vragen wat rond en er komt iemand tevoorschijn die de wisseling mogelijk zou kunnen maken. Het bedrag wat we willen is voor hier redelijk fors dus we zijn benieuwd. Hij wil eerst zien of we het geld echt hebben. Na hem de coupures getoond te hebben heeft hij ze liever gelijk ter hand. Daar ben ik geen voorstander van. Als het hem duidelijk wordt dat we gelijk gaan oversteken begint hij zijn geld te tellen wat hij voor ons beschikbaar stelt, dit zonder nog een bod te hebben uitgebracht. Het lijkt voor deze man de normaalste zaak van de wereld dat je met elke bod akkoord gaat. Na wat aandringen brengt hij een bod uit. Een snelle rekensom gaf mij de uitkomst dat we 20% aan waarde gingen verliezen. We begrijpen dat hij ook zijn geld moet verdienen maar 20% vind ik veel. Een tegenbod wordt als resoluut van de hand gedaan. Uit ervaringen weet ik dat de wisselaars elkaar snel op de hoogte brengen van elkaars bod dus onderhandelen heeft in de meeste gevallen geen zin. Dan houden we het tot… ja, we zien wel. We rijden een stukje verder en zien een tankstation van de Total. Deze is gevestigd in niemandsland dus zal vast Guinee geld accepteren. De vraag wordt positief beantwoord en ze willen alvast de dieselslang erin hangen. Graag eerst even de omrekening formule voor Guinee geld versus het aantal liter wat we ervoor kunnen krijgen. Zij presteren het om de waarde van ons geld met 33% te laten verminderen. We bedanken en rijden door. We bewaren het wel. Terwijl we bezig zijn met het invullen van de formaliteiten voor het binnen treden van Mali worden we aangesproken door een man die goed Engels spreekt. We maken een praatje. Hij woont in Guinee en is onderweg naar de garage in Bamako (Mali). “In Guinee hebben ze geen goede garages.” De garage in Bamako biedt een haal- en brengservice waar hij zeer content mee is. De haal en breng service is bereid om vijf uur te rijden om een klant van dienst te zijn. De klant zelf is dan weer bereid om vijf uur in een auto te zitten om weer teruggebracht te worden naar zijn eigen huis of heilige koe. In mijn optiek heb je er dan veel voor over om je auto naar een goede garage te brengen. Als onze wegen bijna scheiden schiet het mij te binnen om deze man te vragen of hij misschien wil wisselen. Snel vraag ik of hij ervoor open staat om tegen een redelijk koers te wisselen. Hij staat ervoor open. We worden het gelijk eens over de koers, meer dan redelijk.  

We hebben nog 100 kilometer voor de boeg naar Bamako. Vanaf de eerste kilometers komt Mali vriendelijk op ons over. De politiecontroles verlopen soepel en in de meeste gevallen met een vriendelijke handdruk en glimlach.

De eerste bergen komen ons weer tegemoet.

Als de navigatie nog 20 kilometer aangeeft denken we er bijna te zijn. Waar wij echter niet van op de hoogte waren is dat Bamako een regelrechte ramp is qua verkeer. Het is niet te doen. Alles staat vast. Ook de kruip en sluipwegen. Scooters zijn er oneindig en schieten overal tussendoor. Waar we dachten binnen dertig minuten op de plaats van bestemming aan te komen duurde het tenslotte meer dan 1,5 uur. Bamako city hebben we in deze tussentijd goed in ons op kunnen nemen.

Van overlanders hadden we vernomen dat de Sleeping Camel de plek is waar je kan overnachten. Recentelijk hebben ze moeten verhuizen waardoor de plekken voor overlanders kleiner zijn geworden, desalniettemin zou het een top plek zijn. Gevestigd naast de Duitse ambassade en een veilig wijk. Als we aan komen rijden zien we een sluisdeur, hoge muur met een nog hoger gaas erop, prikkeldraad, video bewaking en beveiliging. Het komt over als een fort. Als we naar binnen lopen weten we even niet zo goed wat we met de situatie aan moeten. Het is zoals in de eerste alinea van deze blog beschreven. Samengevat: expats die leven in hun eigen gevangenis in luxe. Luxe waar we de komende dagen ook gebruik van maken maar ons wel doet realiseren dat we eraan moeten wennen. En wat we ervan vinden? Eigenlijk vinden we het niet zo. Van ons hoeft het niet. Wij verblijven liever buiten deze comfortabele gevangenis. 

De ingang van de sleeping Camel #fort.
Een indruk aan de andere kant van het hek.

 “Nee, het is niets zoals het lijkt.” Dat is mijn antwoord op de vraag of het altijd elke dag geweldig is. Elke dag is anders dan we gewend zijn in Nederland. We leven meer buiten, leven in verschillende omgevingen, komen in aanraking met diverse culturen, hebben minder luxe, zijn op elkaar aangewezen, spreken beperkt de taal en hebben weinig verplichtingen. Dit is een kleine opsomming wat het reizen voor ons anders maakt dan het leven thuis. We genieten het meest van geen verplichtingen, de mensen die we ontmoeten en het buiten zijn. Dit maakt het leven anders dan we gewend zijn. Daar staat tegenover dat het elke dag een zoektocht is naar slapen, eten, bezienswaardigheden en ook onze eigen veiligheid. Het is een andere routine dan we gewend zijn wat het interessant maakt.  Dit even kort samengevat.

Gepost door:Sauf2Africa

4 reacties op “Een cultuurshock

  1. Weer knap gedaan met dat wisselgeld.
    Hoe zit het met de dieren. Als je aan Afrika denkt, denk je al gauw aan de Big5.
    Zien jullie, behalve de apen, nog andere dieren die wij niet hebben? Of mooie vogels?
    Als je wild kampeert, ben je dan wel eens bang voor beesten? Zijn er ook slangen?

    Like

    1. Dieren zien we weinig. De big5 zou hier wel kunnen leven maar is door de mens uitgeroeid. In senegal zijn ze nu bezig met een terugkeer programma maar alleen nog maar met dieren die niet jagen. Leeuwen zijn er Bv nog niet maar moeten er in de toekomst wel weer komen.

      Like

    2. Mooie vogels hebben ze zeker. Vooral met veel kleur, maar heb niet zo heel veel verstand van vogels. Slangen zijn er zeker. We hebben zelf de cobra in het wild gezien. We zijn niet bang voor de beesten omdat we op 2 meter hoog slapen. Ik verwacht niet dat een slang de ambitie heeft om gezellig naast ons in de tent te kruipen 😉

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.