Wat een machtige nacht. Als je er over nadenkt is het eigenlijk best raar. We doen veel moeite om op een unieke plek te komen, gaan eten, slapen, worden wakker en klappen de boel weer in om door te gaan. Uiteraard worden er een paar foto’s gemaakt ter herinnering. Toch voelde het als een nacht om niet snel te vergeten. Tuurlijk, het is de combinatie tussen moeite doen om ergens te komen en de plek zelf. Maar toch? Waarom zo veel moeite om ergens te komen alleen om daar je ogen te sluiten en weer door te gaan. Het heeft voornamelijk met beleving te maken. Alle stappen die we moeten nemen om er te komen. Dan mag / kan het eigenlijk ook niet tegenvallen. En dat deed het ook niet. Sauf heeft een paar extra krasjes in de lak opgelopen, lis was sjagie in verband met de vele vliegen, ik had honger als een paard omdat het allemaal veel langer duurde, er hing een bepaalde stank op de plek waar we stonden (beetje vieze zeelucht) en toch zou ik het zo weer doen. Gewoon omdat het kan en omdat het anders is dan anders. Niet zoals thuis, je bent moe, sluit alles af, doet de lichten uit, poets je tanden in een luxe badkamer en ploft op je zachte boxspring. Dit is moeite doen om ergens te komen, moeite doen om te slapen en daar van te genieten en ter plekke weg te dromen. Met deze gedachten rijden we de volgende ochtend ook weer terug richting de bewoonde wereld.

Halverwege op de terugweg naar de bewoonde wereld komen we de ranger tegen. We hadden de ranger een pannenkoek beloofd. Hij was gisteren gebleven toen tot we  begonnen met het bakken van de pannenkoeken, omdat het donker werd moest hij terug. En de zon gaat hier snel onder. We geven hem de pannenkoek en willen gelijk door.  De vliegen spelen een nadelige rol. Binnen mum van tijd zit de hele auto, inclusief ons zelf vol met vliegen. De ranger zelf heeft er ook last van. En zo scheiden onze wegen. Gambia zat erop. Een land om zeker nog een keer terug te komen. Het is een van de 15 armste landen ter wereld maar ze hebben onwijs veel te bieden, vooral de mensen. Wij hebben echt een verschil gemerkt tussen de Senegalezen en de Gambianen. Gambianen komen vrolijker en oprechter over. Door de toerisme (waarvan wij hopen zoveel mogelijk op ecologische wijze) kunnen ze wel een steuntje in de rug en juiste richting gebruiken. 

Het is echt een land met een happy smile zoals ze hetzelf noemen. 

De ‘Hoofdweg’
Een bijzonder moment, tijdens deze stop hebben we onze knakworstjes opgegeten, zo lekker.

De grensovergang Gambia – Senegal verloopt soepeltjes. Ze weten wat ze moeten doen en binnen no-time zijn we weer in Senegal. De weg is wederom weer buitenverwachting goed. We Saufen sneller dan we hadden verwacht naar onze eindbestemming, Ziguinchor. Een grote stad vlak voor de grensovergang met Guinee Bissau. Hier konden we ook onze visum halen voor Guinee Conakry. We belden het nummer op de deur van het consulaat, er wordt verteld dat er iemand aan komt. Na 20 minuten arriveert de desbetreffende persoon, we gaan naar binnen, er wordt een sticker in onze paspoorten geplakt, we overhandigen enkele valuta en binnen vijftien minuten staan we buiten. Zo snel kan het dus gaan. 
Van Thomek en Suzanne hadden we de tip dat ze hier de lekkerste hamburgers hebben van midden Afrika. Nu wil het geval dat wij altijd wel in zijn om dit soort dingen te doen. Na wat zoeken vinden we het restaurant, nemen plaats, bestellen de burger, wachten even, ruiken dat de burger wordt gebakken, wordt vervolgens voor ons neergezet en we nemen de eerste hap. De Burger King zou jaloers zijn op deze burger.

Het hamburgertentje

Heerlijk! Alles gemaakt met producten uit de regio. Wat wil je nog meer? We bestellen er gelijk nog maar één. Onderwijl bespreken we wat we de volgende dag willen doen. Ondanks dat een relevant onderwerp is krijg ik van Lis op mijn kop. Ik ben te veel bezig met de volgende dag. Deels sluit ik mij aan bij haar mening. De camping eigenaar wil tenslotte ook weten of we nog een nacht blijven geef ik als tegenargument. Deze wordt van tafel geveegd. Als we teruglopen besluiten we om het morgenochtend maar eens te bekijken. Lis is moe en gaat naar bed. Ik ga nog even mijn blogs bijwerken en muziek downloaden. Door een fout was ik al mijn muziek van spotify kwijt, het internet wat ze hier hebben is voor Nederlands begrippen traag, maar voor hier onwijs snel. ’S Avonds laat doe ik tevreden mijn ogen dicht. Eindelijk weer een groot deel van mijn muziek! 

Mooi camping maar geen internet 😦

We hebben brood gehaald en het ontbijt is achter de kiezen. Ik wil de blogs gaan uploaden en wat foto’s overzetten. Ik merk op dat de wifi het niet doet. Dat kan twee dingen beteken: 1) ze hebben de stekker er nog niet in, 2) er is geen stroom. Het blijkt het tweede te zijn. In een groot deel van de stad is de stroom uitgevallen. Dat doet ons terugkomen op het gesprek van gisteren. Blijven we of gaan we door?  Nu we geen internet hebben kunnen we net zo goed door gaan. We dubben nog even of we naar het strand zullen rijden of dat we vandaag de grens met Guinee-Bissau doen. Het strand is verder dan we denken en gezien de hitte hebben we er niet echt behoefte aan. Dat klinkt verkeert om maar dat is het niet. Het is overdag niet te doen om in de zon te lopen, laat staan te liggen. Een dagje strand zou mij doen verkleuren in een lopende kreeft, ondanks factor 50. Dan liever naar de grens rijden en op naar een camping met zwembad in Bissau.

Heerlijk zwembad!

Wederom gaat alles veel sneller dan we verwachten. Het begint bijna eentonig te worden. De wegen zijn top, weinig politiecontroles en als ze er zijn mogen we zo doorrijden. We vinden een bank waar we in één keer een groot bedrag op kunnen nemen, de grens gaat soepel en voor dat we het weten staan we in Bissau en liggen we in de avondzon aan het zwembad. Waar staan we dan? Het is een locatie dat wordt gerund door een Duitse biologieleraar die als zendeling naar Guinee-Bissau is gegaan op zijn 21e. Nu, kleine 40 jaar en een heftige oorlog later, woont hij hier nog steeds met veel plezier. Op zijn terrein heeft hij diverse huizen staan die voornamelijk worden verhuurd aan de UN.

Een van de Auto’s van de UN.

Tijdens het rijden in Guinee-Bissau was het ons al opgevallen dat er relatief weinig auto’s rijden, Bissau daargelaten. De auto’s die we onderweg tegen kwamen waren vooral  van het rode kruis, UN, Unicef, world food program en ga zo maar door. Dit geeft toch wel aan dat Guinee-Bissau er nog niet helemaal is. Als we de volgende dag met een taxi de stad in duiken, en later lopend, valt de armoede niet gelijk op. Iedereen loopt er netjes tot okay bij, ziet er gezond uit en het bedelen is minimaal. De armoede zit volgens de Duitser voornamelijk in de binnenlanden. In de dorpen die wij niet zien.

In de taxi (oude 190)

 

Hij reed net weg toen ik een foto wilde maken 😦


We zijn in Bissau voor onze visum voor Guinee Conakry. Ook deze aanvraag verloopt wederom smooth. We struinen daarna nog wat rond in de stad.

Wachten bij de ambassade

Lopen langs een fort waar ik een foto van maak wat officieel verboden is. Na overleg tussen soldaten hoef ik de foto niet te verwijderen.

Deze foto had niet gemogen volgens de soldaten.

We doen bij de lokale markt nog wat boodschappen en stappen de taxi weer in terug naar het zwembad. Afkoelen.

Sauf dieselt weer rustig zijn rondjes. We waren gewaarschuwd voor een slechte weg. Dat waren we wel vaker. In het begin waren we optimistisch en hadden we het erover hoe vaak mensen wel niet een weg slecht benoemen terwijl het wel mee valt. Nu hobbelen we al een uurtje of twee over een combinatie van zand en asfalt weg. Het moest er een keer van komen. Er was beschreven dat deze weg tijdens het regenseizoen, tot ongeveer 1,5 week geleden, nagenoeg onbegaanbaar was. Nu is het te doen, comfortabel is anders. Het bevestigt wel onze keuze qua auto. Voor onze reis hadden we de keuzes beperkt tot een landcruiser 70 of 100 serie. Beide hebben we een test rit in gereden en merkte een groot verschil in wegligging en comfort, in het voordeel van de 100.

We waren een paar keer door zoutwater gereden, Sauf werd aan de onderkant even vertroeteld.

Dat voordeel pakt nog steeds positief uit. Tegen het einde van de middag zijn we klaar met het gerem voor hobbels en kuilen. Wat we niet weten is dat deze regio, na het regenseizoen, wordt geteisterd door soort omweersvliegjes keer twee. We worden er gek van. Het liefst vliegen ze in je ogen of oren. Als je geen broek aan zou hebben zouden ze het liefst nog je achterste in willen vliegen. We happen snel wat naar binnen en voelen ons letterlijk weggepest door de vliegjes naar onze daktent. We vluchten naar boven om de blogs bij te werken en waar na de Rummikub battle losbarst

Blog bijwerken.

Dat was onze laatste pot pindakaas.

Gepost door:Sauf2Africa

5 reacties op “The happy smile.

  1. Dat is balen dat de pindakaas op is. Ik ken dat de pindakaas gaat altijd mee op vakantie. Het duurt dus nog wel even voordat je weer pindakaas kan eten. Maar er zijn ergere dingen.
    Is er spul waar je de vliegen van je af kan houden?

    Like

    1. Ja, maar we hebben gisteren nieuwe gevonden in mali😁. En die is best okay. Er is niet echt iets waar je de vliegen mee weg kan houden. Behalve een hor of iets.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.