We voelen ons beter, stukken beter. De nacht heeft ons goed gedaan. Vandaag gaan we niks doen. Beetje hangen, kletsen met onze buren (Duitsers) en zo veel mogelijk uit de zon blijven. Elk uur voelen we ons weer sterker en energieker. 

Vandaag staat het onderhoud van de auto op het programma. We hebben bijna 8000 kilometer gereden met de huidige olie en filters. In de woestijn was de olie iets te heet geworden en Mauritanië staat bekend als land met zeer slechte benzine. Van verschillende mensen hadden we al vernomen dat het beter is om de oliefilter en brandstoffilter iets eerder te vervangen dan de gebruikelijk 10dkm. We gaan eerst wat garages af om te kijken welke ons het meeste aanspreekt en of ze de juiste olie hebben. De olie die in het onderhoudsboek staat hebben ze in ieder geval nergens in Gambia. We hebben drie garage op ons lijstje. Een Brit die eigenlijk alleen Landrovers doet maar vast een uitzondering wil maken, een Nederlander met een garage en de Toyota dealer zelf. De garage van de Nederlander viel gelijk af. Dat was een houtje-touwtje garage. Een gevalletje niet in Nederland kunnen aarden maar wel in Gambia omdat hier alles kan en mag. Aardige man, dat zeer zeker, maar hij ging van de hak op de tak, was met alles en nog wat bezig en de olie die hij had? Geen idee wat het was, het stond er alleen in het chinees op. Zou top spul zijn, aldus de Nederlander. De dealer was prima maar had ook niet echt de juiste olie en had vandaag geen tijd. Het werd de Landrover specialist. Een bijzondere eigenaar. Een Brit, jaar of 65 en een mooie ontmoeting. Hij was oud-marinier, in veel verschillende landen geweest, bijzondere missies gedaan en nu een jaar of 20 in The Gambia en trotse eigenaar van de Landrover garage. Een echte verhalenverteller. Zijn personeel was alleen meer gecharmeerd van Toyota Landcruiser dan hijzelf en zijn verhalen. Vol trots vertelt hij over de periode dat hij voor de overheid van Gambia werkte als professioneel duiker. Als er iets in de doorvaart lag van de Gambia River werd hij gebeld, kon hij zijn duikpak aantrekken en plons. Iedereen happy. Geheel vrijwillig, zonder dat hij ervoor betaald werd. Inmiddels was hij ook al twaalf jaar actief als autosleepdienst en onderzoeker van verkeersongevallen. Een speciaal omgebouwde landrover deed dienst als sleepwagen (jammer dat we daar geen foto van hebben gemaakt) inclusief een brief met vrijstelling voor het overtreden van verkeersregels. We wisten niet eens dat die hier waren, maar goed. Toen hij merkte dat ik ook enige achtergrond had in dit werkveld mochten we meelopen naar zijn kantoor. We werden getrakteerd op foto’s en video’s van dodelijk ongelukken in Gambia waar hijzelf de auteur van was. Lis was er iets minder van gecharmeerd dan ik. De foto’s maakte ons in ieder geval duidelijk dat het in Gambia ook goed fout kan gaan in het verkeer. Tot op heden hebben we namelijk nog geen één ongeluk gezien. Het betalen van de rekening ging wat omslachtig, we hadden net te weinig cash geld, pinnen bij de pinautomaat zou 1 uur duren en internetbankieren werkte niet mee maar na enige tijd waren we weer on tour.

Sauf in de garage
Ze wilde de olie uit de versnellingsbak halen ipv uit de motor. Altijd lastig als je een andere auto hebt dan een Land Rover.

We kijken om ons heen en zien niemand. De eco lodge is leeg. De koelkast draait stilletjes en de uitloper van de Gambia rivier stroomt rustig voorbij. De vliegen vliegen hun rondjes. Echt leven lijkt er niet te zijn. In het dorpje waar we doorheen reden was het er nog wel. Terugrijden of wachten? In Afrika komt er altijd wel iemand, dus we wachten wel. En zo geschiede. Binnen een halfuur werden we door een van de ‘brothers’ van de medewerkers van de eco lodge vergezeld.  Overnachten was geen enkel probleem, eten kon ook en de douches waren inclusief. De vrouwen begonnen met koken. Wij namen plaats in de hangmatten en genoten van de rust en de ruimte. Een energie shot kan nooit kwaad. Na 3 uur wachten stond er een buffetje klaar. Het was simpel, maar zo lekker. We aten ons tonnetje rond en spraken tijdens het eten met de locals. Ondanks dat ze goed Engels spreken lukt het niet om tot een echt gesprek te komen. We merkten dat ze zeer gereserveerd waren. Het lijkt of ze geen verkeerd woord willen zeggen over hun land, politiek of toerisme. Het gaat liever over voetbal en Nederland.

Ons plekje bij Eco Lodge

Nog ff uitrusten
Laag water, in de verte de lekkende boot.

“Wat gaan we vandaag doen?” “Geen idee.” We zitten aan het ontbijt. Het ontbijt werd gepresenteerd door de mannen. De vrouwen mochten uitslapen. De mannen deden hun best voor het ontbijt. Zonder dat ze het doorhadden werd er ook een poging gedaan om het record zout strooien over een omelet te halen. Bij de eerste hap stond alles in ons lichaam scherp om het zout zo snel mogelijk weer te doen afbreken. Gezien het vochtverlies gedurende dag nemen we het voor lief. We zetten er wel wat koppen thee tegenover. Als we onze thee en koffie nog aan het wegslurpen zijn komt er een oude Landrover aangereden. Er zitten twee blanken in. In Gambia zie je blanken meer dan in Senegal maar hier hadden we ze niet verwacht. Ze stappen uit en we horen een taal die wij erg goed kennen en spreken, het Nederlands. Voor ons gevoel en ook het gevoel van de andere Nederlanders hadden we het idee dat we toch redelijk uit het toeristisch gebied zaten. Toch kom je dan weer die Nederlanders tegen. We besluiten gezamenlijk de dorpstoer te doen. De afgelopen weken hebben we al veel dorpjes bezocht en zijn er ook gestopt (voornamelijk ook voor boodschappen of een kiekje), nu is het leuk om meer achtergrondinformatie te krijgen. In Gambia spreken ze tenslotte (redelijk) Engels. In dit dorp leven zeven gezinnen, van verschillende grootte. Ieder gezin zorgt voor zichzelf en de gezinnen zorgen voor elkaar. Zo hebben ze bijvoorbeeld een gedeelde keuken. Een gebouw waar alleen wordt gekookt. Per dag wordt er gewisseld tussen de vrouwen die koken. Als ze geen kookshift hebben werken ze aan de gezamenlijke moestuin. Alle vrouwen zorgen ook voor de kinderen. En schoonmaken? Eén keer per dag wordt door verschillende personen het dorpsplein aangeveegd en het huis. 

De geitenstal
De keuken
het dorspleintje
Lisa samen met Margeret Coucous aan het stampen.

Tijdens het begin van de tour begint het mij op te vallen dat de gidsen niet echt op elkaar ingespeeld zijn. Wat was er aan de hand? Er was niet gerekend dat wij alle vier mee zouden gaan. De twee Nederlands hadden hun eigen gids en omdat wij “boekten” bij Eco Lodge (we zeiden dat we aansloten bij de Nederlands) ging ook de gids van Eco lodge mee. Voor aanvang zag ik al een gesprek tussen de twee gidsen waar ik uit opmaakte dat er iets anders verliep dan anders. Gaandeweg is te zien dat ze afstemming moeten vinden in wie, wat en hoe verteld. Ik kan er wel van genieten om dit schouwspel te zien. Ze raken in ieder geval niet uitgesproken, alles wordt verteld (vaak 2 keer), tot de laatste zandkorrel aan toe. We genieten van de tour. Een stuk beter dan die van Mister B.



De andere Nederlanders worden uitgenodigd om nog het water op te gaan. Zonder dat ze het wisten zat het bij hun tour. Of we willen aanhaken? Gezien de gezelligheid kunnen we het niet laten. Zo zitten we enkele ogenblikken later in een zinkende boot. We zaten met zijn zevenen. Vier toeristen, een gids, een peddelaar en iemand die continu het water uit de boot schepte omdat deze zo lek was als een mandje. Voelden we ons onveilig, nee, dat niet, zolang de beste man maar bleef scheppen. De toer was over een uitloper van de Gambia Rivier door de rivierbossen. Leuk om te zien. Is het heel boeiend, nee dat niet.

We twijfelden wat we vandaag nog verder gingen doen. Voor Gambia hadden we het bezoeken van een school nog op ons lijstjes staan. Het adres van deze school hadden we gekregen van het Nederlandse koppel dat we in Marokko tegen waren gekomen. Met hun foundation ondersteunen ze deze school. Het was om de hoek van de eco lodge, dus wat hield ons tegen? Stipt na het dicht gaan van school kwamen we aan (was niet helemaal de bedoeling). Ideaal om als Nederlander met een auto bij een school aan te komen als deze net dicht gaat is het niet. Je hebt dan genoeg bekijks. De directrice was nog aanwezig. Na onze uitleg hoe we hier terecht kwamen mochten we meelopen naar haar kantoor. Het betreft een school van ongeveer 700 leerlingen met +- 20 leraren die zij draaiende houdt. Het is een gratis school dus het is lastig om de kwaliteit van onderwijs goed te houden gezien de beperkte financiële middelen. Trots is de directrice op haar leraren die goed onderwijs leveren. Het gesprek begon vervolgens wat spaak te lopen. Het hoge woord kwam uit de mond van de directrice. Of we spullen voor de school mee hadden? “nee, helaas, helemaal niets.” We komen in vrede en uit sociale interesse. De aandacht van de directrice smolt als sneeuw voor de zon. Er viel voor haar niks te halen dus werden we overgedragen aan de onderdirecteur. Deze was gelukkig nog wel energiek genoeg om ons het een en ander te vertellen over de school, het onderwijs en de klassen. Feit blijft dat ze te weinig leraren hebben, te weinig stoelen en banken, schriften, pennen en alle andere facetten die te maken hebben met onderwijs. We hebben wat klassen mogen bekijken. Ze zitten echt krap bij elkaar, delen een schrift en pen en het is er vooral heel warm. Het is knap hoe de leraren toch kennis weten over te brengen op al deze kinderen. De sfeer op de school kwam op ons als gezellig en open over. Leuk bezoek! Mochten mensen nog ondersteuning willen bieden http://www.geefvoorgambia.nl .

De school (ja, inderdaad een heel lang gebouw)
De directrice met al haar huisregels op de achtergrond.
De lang gang.

Na het uitzwaai comité van de kinderen reden we door naar een bijzondere plek. Een plek die je eigenlijk niet kan vinden maar wel staat aangegeven als plek om te overnachten. Het ligt in een natuurgebied, aan de Gambia rivier en je kan er alleen komen met ondersteuning van de ranger. En zo sloegen wij, later dan gepland, een zandweg in op zoek naar de ranger. De weg… ja, was eigenlijk geen weg. Gras zo hoog als de auto en een navigatie die van links naar rechts versprongen. Met een beetje gokken kwamen we uit in het juiste dorp. De magneet (auto) werkte weer uitstekend en snel wisten we de ranger te vinden. Als een hazewindhond sprong hij op zijn scooter en ging ons voor. Gezien de kinderen zelfs een tikkie agressief waren vonden wij het prima. De gids vindt bedelende kinderen maar niks, vertelt hij later. Daarom ging hij er ook snel van door. Het zicht door het hoge gras was slecht, zijn tempo was hoog. Met een gangetje of 40 km/u vlogen we door het gras en de modder. Uit het niets was er een open plek. De auto mochten we laten staan. Te voet gingen we verder. Dit was niet helemaal wat ik in gedachten had. We gingen toch aan de rivier staan? De ranger had besloten ons eerst het meer te laten zien in plaats van gelijk door te stomen naar de rivier.  Omdat het regenseizoen net een week was gestopt was het meer maximaal vol en groen. Dat moesten we gezien hebben. Eenmaal daar aangekomen was het schilderijwaardig. Dit hadden we niet verwacht. De ranger wist ook de apen aan te roepen. Op zijn geroep hoorde je in de verte hun reactie. Na 5 minuten vroeg de ranger of ik nog foto’s ging maken? Uhhh, ja, dat wil ik wel, alles ligt alleen in de auto. Ik maak wel een foto in mijn eigen geheugen.” Dit had hij in zeven jaar ranger nog niet mee gemaakt, een toerist die speciaal door alle wildernis komt en dan geen foto’s maakt. Eens moet de eerste keer zijn. We vervolgende onze weg. Het terrein werd onbegaanbaar voor zijn scooter. Er zit niets anders op dan Lisa dubbel te vouwen en plaats te laten nemen op de middelconsole zodat de ranger ook mee kon rijden. Het is dat hij zei waar ik rijden moest en dat er iets van een vaag spoor te zien was, maar anders waren we rechtsomkeert gegaan. Niet te doen. Gras zo hoog als de auto, blubber, takken waar we eigenlijk niet door konden en geen idee wat er onder de auto zich bevond. Terwijl we aan het rijden waren kwam er uit het niets een spin van 10 centimeter over het raam glijden (die we later terugvonden tussen de kist en de tent). Maar na elke tunnel komt er ligt na de duisternis, en zo stonden we opeens op een uniek plek aan de Gambia rivier.  Tent uitklappen, eten en genieten. 

En zo stonden wij aan het eind van de ‘Tunnel’
In het echt leek hij veel groter!!
Einde weg.
Gepost door:Sauf2Africa

8 reacties op “The Gambia!

    1. Je moet echt een boek gaan schrijven Bart, zo boeiend geschreven .
      Met heel veel plezier heb ik
      jullie avontuur weer gelezen😊👍 .
      Geniet van de schitterende natuur 😘😘😘❤

      Like

  1. Wat ontzettend leuk dat jullie bij de school in Sutusinjang langs zijn geweest. Bedankt ook voor het noteren van onze website in jullie verslag. Nog heel veel reisplezier gewenst. Wij blijven jullie volgen

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.